NL  |  FR
Welkom   |   Wachtdienst   |   Links   |   FAQ   |   Contact
Zoeken:
Code van Farmaceutische plichtenleer
De bijzondere plichten van de apotheker

1. De apotheker en zijn plichten tegenover de patiënt 


1.1. Het onthaal en de luisterbereidheid

 


Artikel 17
 

De apotheker streeft ernaar de belangen van de patiënt te dienen door zijn bekwaamheid en toewijding zonder enige vorm van discriminatie ten dienste te stellen van iedereen. 


Artikel 18

De apotheker schenkt aandacht aan het onthaal van de patiënt in de apotheek. Hij moet ervoor zorgen dat een vertrouwelijk gesprek in alle discretie mogelijk is.

Om de vertrouwensrelatie met de patiënt te verzekeren, wordt de functie van de leden van het apotheekteam medegedeeld door het dragen van een badge die de patiënt toelaat de juiste identiteit en hoedanigheid te kennen van de persoon tot wie hij zich richt. 


Artikel 19
 

De apotheker moet de patiënt naar best vermogen van dienst zijn. Hij dient naar hem te luisteren, hem correct te informeren en te adviseren binnen de grenzen van zijn deskundigheid, zonder enige diagnose te stellen. 


1.2. De raadgeving en de vertrouwelijkheid 


Artikel 20 

De apotheker is een gezondheidsadviseur. Van hem worden luisterbereidheid, toewijding, bekwaamheid, objectiviteit en integriteit verwacht. 


Artikel 21 

Indien de apotheker dit nodig acht dient hij de patiënt aan te raden een arts te raadplegen, die vrij door de patiënt gekozen kan worden. 


Artikel 22 

De apotheker is gebonden door het beroepsgeheim (art. 458 van het Strafwetboek).

Dit beroepsgeheim strekt zich uit tot alles wat hem uit hoofde van zijn beroep werd toevertrouwd of ter kennis gebracht, evenals tot alles wat hij vaststelt of ontdekt in het kader van zijn beroepsuitoefening.

De apotheker waakt erover dat het beroepsgeheim wordt gerespecteerd door de personen die onder zijn toezicht staan.


Artikel 23

De diensten aan de patiënt moeten op vertrouwelijke en discrete wijze verstrekt worden zodat het privéleven van de patiënt steeds wordt gerespecteerd. 


1.3. De apotheker en zijn aansprakelijkheid 


Artikel 23bis

De apotheker waakt erover dat zijn burgerrechtelijke beroepsaansprakelijkheid naar behoren is verzekerd.

2. De apotheker en de continuïteit van de zorgverstrekking 


2.1. De wachtdienstregeling 


Artikel 24 

De continuïteit van de zorgen en het behoorlijk organiseren van de beroepsuitoefening tijdens de wachtdienst verplichten elke apotheker aan de wachtdienst deel te nemen. De titularis van de apotheek staat in voor de invulling van deze verplichting.

Wanneer één of meerdere adjunct-apothekers in dienst zijn, moeten titularis en adjunct(en) solidair instaan voor de wachtdienst.

De apotheker die verhinderd is zijn wachtdienst te verzekeren zorgt voor zijn vervanging.

De apotheker kan slechts van zijn wachtdienstverplichtingen worden vrijgesteld met akkoord van de andere deelnemers aan de wachtdienst. 


Artikel 25 

Tijdens de wachtdienst houdt elke apotheker zich aan het wachtdienstreglement dat collegiaal werd opgesteld.


Artikel 26 

Elke apotheker moet de wachtdienstregeling duidelijk aan het publiek kenbaar maken.


Artikel 27 

Gezien het collegiaal karakter van de wachtdienst, waakt de apotheker er over zijn wachtdienst te volbrengen in een geest van solidariteit ten aanzien van zijn confraters.


Artikel 27bis

De apotheker heeft het recht een wachthonorarium te innen. 


2.2. De toegankelijkheid van de apotheek 


Artikel 28

De continuïteit van de zorgverstrekking moet op elk ogenblik en in alle omstandigheden verzekerd worden.

Tijdens de openingsuren alsook tijdens de wachtdienst dient minstens één apotheker aanwezig te zijn in de apotheek.

De apothekers zijn verplicht overleg te plegen om de continuïteit van de zorgen te waarborgen buiten de openingsuren en tijdens de sluitingsperiodes.


Artikel 29 

Bij sluiting van de apotheek wegens onvoorziene omstandigheden, dient de apotheker ervoor te zorgen dat de continuïteit van de zorgverstrekking gehandhaafd blijft.


Artikel 30 

Bij buitengewone omstandigheden, zoals epidemieën, grote rampen, enz., schikt de apotheker zich naar de instructies uitgaande van de bevoegde autoriteiten.

3. De apotheker en de aflevering van het geneesmiddel 


Artikel 31

De apotheker dient het geneesmiddel zo snel mogelijk na de voorlegging van het voorschrift of na het verzoek door de patiënt af te leveren. Hij mag de aflevering van het geneesmiddel niet weigeren om redenen van economische aard. Evenmin mogen redenen die verband houden met de persoon van de patiënt, of de aard van het product, een rol spelen in de aflevering.

Enkel het belang van de patiënt en van de volksgezondheid moeten in aanmerking genomen worden.


Artikel 32 

Zonder afbreuk te doen aan de rechten van de patiënt, aan de continuïteit van de zorgen en aan de uitvoering van het voorschrift, heeft de apotheker het recht om de aflevering te weigeren wegens gewetensbezwaren.

In dit geval moet hij de patiënt doorverwijzen naar een apotheek waar het product in kwestie wel afgeleverd kan worden. Zo niet, dient de apotheker het voorschrift toch uit te voeren.

Tijdens de wachtdienst dient de gewetensclausule steeds te wijken voor het recht van de patiënt op continuïteit van de zorgverlening.


Artikel 33

De apotheker waakt steeds over de continuïteit en de kwaliteit van de zorgen en over de conformiteit ervan met de voorgeschreven behandeling.

Bij enige twijfel over de aard van het voorgeschreven geneesmiddel, de farmaceutische vorm, de dosis en/of de frequentie van toediening, of bij ongewenste neveneffecten of interacties, wendt de apotheker zich tot de voorschrijvende arts.

Bij onbereikbaarheid van de voorschrijvende arts en in geval de aflevering niet kan worden uitgesteld, handelt de apotheker op basis van de beschikbare wetenschappelijke informatie en de geldende standaarden. Hij verwittigt de voorschrijvende arts zo vlug mogelijk.


Artikel 34

Behalve in dringende gevallen en tijdens de wachtdiensten, mag de apotheker een geneesmiddel niet vervangen zonder het voorafgaand akkoord van de voorschrijvende arts. Indien de wet de substitutie toestaat, leeft de apotheker de opgelegde voorwaarden na.


Artikel 35

Behoudens uitzondering voorzien in de wet moet de apotheker de geneesmiddelen persoonlijk aan de zieke, zijn vertegenwoordiger of zijn gemachtigde overhandigen in de apotheek.


Artikel 36

De apotheker informeert de patiënt bij de aflevering duidelijk over de werking van het geneesmiddel, de contra-indicaties, de nevenwerkingen, de interacties, de eventueel te nemen voorzorgsmaatregelen, de dosissen en de gebruiksaanwijzing, zonder evenwel het vertrouwen te ondermijnen dat de patiënt in de arts stelt.


Artikel 37 

De apotheker waakt over de farmaceutische opvolging van de patiënt.


Artikel 38 

In het belang van de patiënt raadt de apotheker enkel geneesmiddelen en producten aan waarvan hij de kwaliteit en farmacologische en therapeutische werking kent. Hij moet zich in dit verband documenteren.

Hij beperkt zich niet tot de informatie die door commerciële bedrijven of laboratoria verstrekt wordt.


Artikel 39

De apotheker laat zich bij de keuze van het product niet leiden door zuiver economische motieven.


Artikel 40 

Bij zelfmedicatie moet de apotheker zich verzetten tegen elke vermeende of vastgestelde overconsumptie. In dit kader moet hij de patiënt waarschuwen voor de mogelijke risico’s en gevaren en hem aanraden een arts te raadplegen.


Artikel 41

Indien er aanwijzingen zijn die op overconsumptie van voorgeschreven geneesmiddelen kunnen wijzen, dient de apotheker de nodige initiatieven te nemen in het belang van de patiënt en de volksgezondheid.


Artikel 42 

Wat de aflevering betreft is de apotheker verantwoordelijk voor alle handelingen die hij stelt of waarop hij toezicht houdt.


Artikel 43

De wet staat de aflevering bij de patiënt thuis slechts toe in uitzonderlijke gevallen en onder strikte voorwaarden.

Deze wijze van aflevering dient te gebeuren met de grootste discretie.

De apotheker moet hierbij eveneens zorgen voor het verstrekken van de nodige informatie over het juiste gebruik van het geneesmiddel.


Artikel 44 

Bij aflevering van geneesmiddelen aan personen die in gemeenschap leven, in de zin van de toepasselijke wetgeving, moet de apotheker erover waken dat de kwaliteit van de aflevering aan de individuele patiënt zelf gewaarborgd is. Dit vereist een voortdurende evaluatie van de afleverings-, bewarings- en distributiemodaliteiten van geneesmiddelen in deze gemeenschap.


Artikel 45 

Gegroepeerde bestellingen van geneesmiddelen voor personen die niet in gemeenschap leven in de zin van de toepasselijke wetgeving, zijn niet toegelaten.


Artikel 46 

Een apotheker mag zich niet als tussenpersoon laten misbruiken om de wettelijke bepalingen omtrent de leveringen van geneesmiddelen aan personen die in gemeenschap leven te omzeilen. In geen geval kan geduld worden dat er leveringen van geneesmiddelen gebeuren zonder daadwerkelijk toezicht door de apotheker.

4. De apotheker en zijn confraters 


Artikel 47 

Apothekers zijn elkaar onderlinge hulp en bijstand verschuldigd. In hun onderlinge contacten moeten zij blijk geven van solidariteit en confraterniteit.


Artikel 48 

De apotheker ziet erop toe dat zijn medewerkers hun beroep overeenkomstig alle wettelijke, reglementaire en deontologische voorschriften kunnen uitoefenen.


Artikel 49 

De apotheker-titularis behandelt zijn adjunct-apothekers en apothekers-plaatsvervangers als confraters, zonder enige discriminatie.


Artikel 50 

Alle overeenkomsten tussen apothekers moeten oprecht en eerlijk zijn; zij moeten in een geest van confraterniteit nageleefd worden.

Elke vorm van collusie tussen apothekers die erop gericht is rechtstreeks of onrechtstreeks voordeel te verschaffen is verboden. Dit geldt in het bijzonder voor alle praktijken die de vrije keuze van de apotheek door de patiënt beperken of de volksgezondheid schaden. 


Artikel 51 

De apotheker mag de medewerkers van een confrater er niet toe aanzetten bij deze laatste weg te gaan. Vooraleer hij een ex-medewerker van een in zijn omgeving gevestigde confrater in dienst neemt, moet de apotheker deze confrater hiervan op de hoogte brengen.


Artikel 52 

De apotheker onthoudt zich, zowel in het openbaar als privé, van woorden of handelingen die een confrater schade kunnen berokkenen. 


Artikel 53 

In naleving van de wettelijke en reglementaire bepalingen geeft de apotheker, teneinde een goede farmaceutische zorg te waarborgen, op verzoek of met akkoord van de patiënt of zijn vertegenwoordiger, aan zijn confrater de inlichtingen die nuttig of noodzakelijk zijn om de continuïteit, de kwaliteit en de conformiteit van de zorgverlening met de voorgeschreven behandelingen te verzekeren.


Artikel 54

De apotheker die het voorwerp uitmaakt van een schorsing kan tijdens de betrokken periode geen enkele handeling stellen die behoort tot de activiteiten van een apotheek, noch aanwezig zijn in een apotheek tijdens de activiteitsperiode ervan.


Artikel 55 

De apotheker-titularis moet nagaan of zijn medewerkers-apothekers voldoen aan de wettelijke vereisten om de Artsenijbereidkunde uit te oefenen. 


Artikel 56 

(artikel opgeheven). 

5. De apotheker en de andere gezondheidszorgbeoefenaars


Artikel 57

De apotheker onderhoudt met de voorschrijvende artsen en met de andere gezondheidszorgbeoefenaars in de zin van het Koninklijk Besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen een correcte relatie, steunend op onderlinge samenwerking. Hij wisselt loyaal met hen alle gegevens uit die nuttig of noodzakelijk zijn in het belang van de patiënt. De apotheker onthoudt zich, zowel in het openbaar als privé, van onwelwillende, lasterlijke of valse commentaren over andere gezondheidszorgbeoefenaars.


Artikel 58

Elke vorm van collusie tussen apothekers en andere gezondheidszorgbeoefenaars die erop gericht is de ene of de andere rechtstreeks of onrechtstreeks voordeel of winst te verschaffen is verboden. Dit geldt in het bijzonder voor alle praktijken die de vrije keuze van apotheek door de patiënt beperken of de volksgezondheid schaden. 


Artikel 59 

Elke medewerking verleend aan personen die een gezondheidszorgberoep in de zin van artikel 57 onwettig beoefenen, is verboden. 


Artikel 60 

In dezelfde geest zijn de artikelen 57, 58 en 59 ook van toepassing op de relaties met dierenartsen en met de beroepsbeoefenaars bedoeld in de wet van 29 april 1999 betreffende de niet-conventionele praktijken inzake de geneeskunde, de artsenijbereidkunde, de kinesitherapie, de verpleegkunde en de paramedische beroepen. 

6. De apotheker en de verzekeringsinstellingen 


Artikel 61

De apotheker onderhoudt een goede relatie met de verzekeringsinstellingen. 


Artikel 62 

De apotheker werkt mee aan de kostenbeheersing op het vlak van de gezondheidsuitgaven zonder daarbij het belang van de patiënt uit het oog te verliezen. 

7. De apotheker en zijn leveranciers 


Artikel 63 

De apotheker kiest zorgvuldig zijn leveranciers van geneesmiddelen, toebehoren en gezondheidsproducten en let daarbij op aspecten als kwaliteit, dienstverlening, betrouwbaarheid en continuïteit van de bevoorrading.

8. De apotheker en zijn personeel, apotheker en niet-apotheker 


Artikel 64 

De apotheker-titularis moet nagaan of zijn personeelsleden aan de wettelijke vereisten voldoen en over de nodige beroepsbekwaamheden beschikken voor de uitoefening van hun functie. 


Artikel 65 

In alle omstandigheden is de apotheker deontologisch aansprakelijk voor alle handelingen die onder zijn gezag verricht worden.


Artikel 66 

De apotheker-titularis draagt zorg voor de optimale werkomstandigheden en houdt toezicht op alle werkzaamheden van de apotheek. 



Artikel 67 

De apotheker-titularis creëert in zijn apotheek een sfeer van vertrouwen en samenwerking met het hele personeel. Hij waakt er in het bijzonder over dat de bekwaamheid en de toewijding van zijn medewerkers op peil blijven. 

9. De apotheker stagemeester 


Artikel 68 

De apotheker aanvaardt slechts om een stagiair te begeleiden indien hij over voldoende tijd beschikt om zelf voor zijn vorming in te staan.


Artikel 69 

De apotheker-stagemeester deelt met de stagiair zijn beroepskennis en stelt alle documentatie ter beschikking die nuttig is voor een praktische opleiding van hoog niveau.

Hij betrekt hem bij alle activiteiten van de apotheek.

In geen geval mag de stagemeester van zijn functie misbruik maken om enige druk op de stagiair uit te oefenen.


Artikel 70 

Hij brengt de stagiair eerbied voor en toewijding aan het beroep bij en dient hem op professioneel en deontologisch vlak tot voorbeeld.

In verband hiermee vestigt hij speciaal de aandacht op de praktische toepassing van de deontologische regelgeving.

10. De apotheker en derden 


Artikel 71 

In het belang van de patiënten, die recht hebben op kwaliteitszorgen, beschouwt de apotheker het als zijn plicht zijn onafhankelijkheid te doen respecteren, evenals de principes en de regels van de farmaceutische plichtenleer.

Dit is van toepassing op alle betrekkingen die de apotheker onderhoudt met personen, verenigingen, commerciële vennootschappen, die, in welke hoedanigheid dan ook, betrokken zijn bij de verkoop, de informatie over, en de distributie van geneesmiddelen en vergelijkbare producten, die afgeleverd worden in de apotheek.


Artikel 72 

Elke arbeidsovereenkomst die een apotheker aangaat moet zijn onafhankelijkheid op deontologisch en professioneel vlak en zijn verantwoordelijkheid bij de aflevering van geneesmiddelen waarborgen.

De arbeidsovereenkomst kan voor advies voorgelegd worden aan de Provinciale Raad.


Artikel 73 

De gegevensbanken van de apotheek, van welke aard ook, vallen onder de verantwoordelijkheid van de apotheker-titularis die alle noodzakelijke maatregelen neemt om het beroepsgeheim en de persoonlijke levenssfeer van de patiënt te beschermen.


Artikel 73bis

Elke collusie tussen apothekers en derden die erop gericht is rechtstreeks of onrechtstreeks voordeel te verschaffen is verboden. Dit geldt in het bijzonder voor alle praktijken die de vrije keuze van apotheek door de patiënt beperken of de volksgezondheid schaden.

11. De apotheker en de apotheek 


11.1. De lokalisatie van de officina 


Artikel 74 

De apotheker zorgt ervoor zijn beroep niet uit te oefenen in een apotheek die deel uitmaakt van een louter commercieel complex, waarbij de specifieke identiteit van de apotheek, die verbonden is met de noodwendigheden van de volksgezondheid, aangetast wordt.

Een dergelijke inplanting kan bij het publiek verwarring scheppen met verkoopmethodes die gebruikelijk zijn in commerciële complexen. Zulke omgeving kan de indruk wekken dat de apotheker voornamelijk geïnspireerd is door overwegingen van commerciële aard.


11.2. De inrichting van de officina 


Artikel 75 

De apotheker-titularis beslist onafhankelijk over de inrichting van de apotheek.


Artikel 76 

Teneinde zijn onafhankelijkheid te vrijwaren, en omwille van het beroepsgeheim waaraan hij gehouden is, mag de apotheker in geen geval enige ruimte in de apotheek onder welke voorwaarden dan ook ter beschikking stellen van derden.

Een uitzondering op deze regel kan voorafgaandelijk toegekend worden door de Nationale Raad in het kader van initiatieven met betrekking tot de volksgezondheid.


Artikel 77 

Gezien zijn plicht tot onthaal en vertrouwelijkheid, zoals bepaald in de artikelen 17 tot en met 23, waakt hij erover dat de inrichting van de apotheek een vertrouwelijk gesprek met de patiënt mogelijk maakt.


Artikel 78 

De apotheker waakt er steeds over dat de apotheek haar eigenheid bewaart, die verbonden is met de vereisten die de volksgezondheid hieraan stelt.

Hij waakt erover dat de apotheek niet wordt herleid tot een louter commerciële ruimte.

Hij geeft daarom de voorkeur aan een sobere en functionele inrichting. Dit geldt ook voor de wijze van voorstelling van de producten, en de publiciteit ervoor.


Artikel 79 

Elke apotheek moet voorzien zijn van een duidelijk zichtbaar kenteken dat de patiënt gemakkelijk toelaat ze te herkennen.

Daar dit kenteken een plaats van volksgezondheid aanduidt dient het sober, niet knipperend noch geanimeerd te zijn.

De vermelding van het uur, de datum en de temperatuur is evenwel aanvaardbaar. 


Artikel 80 

De apotheek is zodanig ingericht dat de patiënt geen directe toegang heeft tot de geneesmiddelen.


Artikel 81 

De apotheker zorgt ervoor dat hij zijn beroep kan uitoefenen in optimale hygiënische omstandigheden. Hierbij volgt hij de van toepassing zijnde regels en aanbevelingen.


Artikel 82

De apotheker-titularis moet ervoor zorgen dat er tijdens de wachtdienst, zowel voor hem als voor zijn eventuele vervanger, degelijke verblijfsmogelijkheden voorzien zijn.


11.3. De producten, andere dan geneesmiddelen, en de diensten aangeboden aan de patiënten 


Artikel 83

Naast de geneesmiddelen, en in overeenstemming met de wettelijke en reglementaire bepalingen, kunnen alleen de producten en diensten, bestemd voor het behoud en het herstel van de gezondheid aangeboden worden in de apotheek.

De onschadelijkheid van deze producten, hun kwaliteit, evenals de kwaliteit van de diensten, zijn door de apotheker gekend.

De apotheker waakt erover dat deze producten en diensten beantwoorden aan de bestaande reglementering evenals aan de criteria en categorieën gedefinieerd door de Nationale Raad en die de apotheker als referentie dient te nemen.

12. De apotheker en het leefmilieu 


Artikel 84 

De apotheker spant zich in om het leefmilieu te beschermen. Hij vermijdt alle activiteiten die het leefmilieu kunnen schaden. Hij verleent zijn medewerking aan de georganiseerde inzamelingen en aan de vernietiging van vervallen of niet gebruikte geneesmiddelen.

13. De apotheker, de informatie en de reclame 


Artikel 85 

Informatie en reclame mogen het algemeen belang van de volksgezondheid niet schaden.

De apotheker-titularis van een apotheek, voor het publiek geopend, ongeacht het feit of hij eigenaar is of niet, is verantwoordelijk voor alle informatie en reclame, verspreid door of voor zijn apotheek.

Omwille van deze verantwoordelijkheid waakt de apotheker-titularis niet-eigenaar erover overlegmaatregelen uit te werken met de vergunninghouder betreffende elke informatie en publiciteit voor de apotheek.


13.1. De informatie 


Artikel 86 

Alle informatie verspreid in de apotheek dient eerlijk, waarheidsgetrouw en controleerbaar te zijn.


Artikel 87 

De apotheker verspreidt in de apotheek slechts informatie in verband met geneesmiddelen en gezondheidsproducten en voor zover ze in overeenstemming is met de deontologie en de waardigheid van het beroep.


Artikel 88 

De informatie die de apotheker over zichzelf verstrekt mag enkel betrekking hebben op zijn farmaceutische activiteiten en moet de patiënt toelaten een keuze te maken op objectieve, pertinente en controleerbare wijze. 


Artikel 89 

De informatie mag rechtstreeks noch onrechtstreeks tot overconsumptie aanzetten.

Zij mag geen schade toebrengen aan de vertrouwensrelatie tussen patiënt en apotheker of de vrije keuze van apotheek beperken.


Artikel 90 

Elke informatie is discreet in omvang of voorstelling. 


13.2. De reclame 


Artikel 91 

Persoonlijke publiciteit is toegelaten mits naleving van de wetgeving en voor zover ze het algemeen belang inzake volksgezondheid of de essentiële regels van het beroep niet schaadt.


Artikel 92 

Het ronselen van cliënteel dient als strijdig met de essentiële regels van het beroep beschouwd te worden.

Met ronselen van cliënteel wordt bedoeld elke benadering van één persoon of van een specifieke groep van personen, die meer inhoudt dan de loutere informatie over de aard van de beroepsactiviteit, en dit met om het even welke middelen.


Artikel 93 

Van zodra hij er kennis van heeft, neemt de apotheker de nodige maatregelen om onmiddellijk elke reclame die niet strookt met bovenstaande bepalingen te verhinderen of te doen ophouden, ook als die door derden, zelfs buiten zijn weten om, wordt gevoerd. 


Artikel 94 

(artikel opgeheven).

14. De apotheker en het internet 


Artikel 95 

De apotheker blijft volledig verantwoordelijk voor al zijn mededelingen en inlassingen op het internet.

De website, verbonden aan een voor het publiek opengestelde apotheek, vormt het virtueel verlengstuk van de apotheek en maakt er integraal deel van uit.

De apotheker blijft volledig onderworpen aan de deontologische beginselen van het beroep, ongeacht of hij zijn activiteiten uitoefent in de fysieke apotheek, dan

wel via een website.

De apotheker kan via de website geen andere producten, diensten en activiteiten voorstellen dan deze die toegelaten zijn in de apotheek.


Artikel 96 

De website staat onder de verantwoordelijkheid van de apotheker-titularis die er over dient te waken dat deze in overeenstemming is met de wetgeving en de deontologie.

De apotheker-titularis is verantwoordelijk voor de mededelingen en de informatie die op zijn website beschikbaar zijn, hierin begrepen de voorgestelde “links” naar andere websites.

De informatie moet in overeenstemming zijn met de bepalingen van titel 13 « De apotheker, de informatie en de reclame ».

De onthaalpagina van de website vermeldt minstens de naam van de apotheker-titularis, het geografisch adres, telefoonnummer en vergunningsnummer van de apotheek, de openingsuren van de apotheek, informatie over de wachtdienst evenals alle websites van de apotheek.


Artikel 97

De apotheker waakt erover zijn onafhankelijkheid te behouden wanneer hij zijn farmaceutische activiteiten uitoefent via een website.

Bij de overdracht van het titulariaat van een apotheek waakt de nieuwe apotheker-titularis erover dat de website van de apotheek in overeenstemming is met de wetgeving en de deontologie.


Artikel 98 

Het beroepsgeheim waartoe elke apotheker gehouden is moet eveneens gerespecteerd worden bij de uitoefening van farmaceutische activiteiten via de website, en dit ongeacht de functies die de website biedt. Het beroepsgeheim strekt zich uit tot elke informatie betreffende de patiënt waarvan de apotheker kennis heeft gekregen in het kader van of naar aanleiding van de uitoefening van zijn beroep.


Artikel 99 

De apotheker neemt alle nodige maatregelen om het internetverkeer, hetzij via de website van de apotheek, hetzij via de elektronische adressen van de apotheek, te beveiligen met het oog op het respecteren van de wetgeving op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.


Artikel 99bis

Het verzenden van e-mails die de informatie over de aard van de activiteiten van de apotheek te buiten gaat dient beschouwd te worden als ronselen van cliënteel.

De informatie over patiënten, bekomen via de website, mag geen aanleiding geven tot een commercieel gebruik achteraf.


Artikel 99ter

De apotheker-titularis waakt erover dat de website van de apotheek hetzelfde imago reflecteert als dit van de apotheek, met name een plaats van volksgezondheid, bestemd voor de verstrekking van farmaceutische zorgen.

Hij waakt er ondermeer over dat de website niet wordt gereduceerd tot een commerciële ruimte. Een sobere en functionele voorstelling van de website in zijn geheel en van de producten en diensten in het bijzonder onderscheidt de website van de apotheek van deze van een handelszaak.

De eventuele foto’s van aangeboden producten moeten discreet blijven en moeten exclusief bestemd zijn om de identificatie van het product door de patiënt te vergemakkelijken.


Artikel 99quater

Alle elektronische identificatiegegevens die de apotheek gebruikt naar het publiek toe, zoals het e-mailadres, de domeinnaam en de URL, dienen minstens hetzij de naam van de apotheker-titularis, hetzij de naam van de apotheek zoals geregistreerd in het kadaster van apotheken bij het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten te bevatten. Deze identificatiegegevens mogen geen afbreuk doen aan de essentiële regels van het beroep.

De identificatiegegevens die woorden bevatten die getuigen van commerciële overdrijving worden beschouwd als zijnde in strijd met de essentiële regels van het beroep.

De apotheker informeert de Orde van alle in alinea 1 vermelde elektronische identificatiegegevens.

15. De apotheker en commerciële praktijken 


Artikel 100 

De aflevering van een geneesmiddel mag geen aanleiding geven tot handelspraktijken die in strijd zijn met de discretie en de waardigheid van het beroep, temeer daar de reclame voor geneesmiddelen strikt gereglementeerd is.

In het belang van de patiënt en de volksgezondheid mag de commercialisering van de Artsenijbereidkunde, louter gericht op het aanzetten tot consumptie van geneesmiddelen, niet geduld worden.


Artikel 101 

Het is de voornaamste rol en tevens de sociale opdracht van de apotheker om de bevolking kwaliteitsvolle farmaceutische zorgen te waarborgen en adequaat gezondheidsadvies te verstrekken.

Met dit doel voor ogen onthoudt de apotheker zich van louter commerciële praktijken die, alhoewel ze op zich niet laakbaar of onwettelijk zijn, de uitoefening van de Artsenijbereidkunde een overdreven handelskarakter geven en zo zijn geloofwaardigheid en de vertrouwensrelatie

met de patiënt in het gedrang brengen.


Artikel 102 

De faam van de apotheker moet berusten op zijn beroepsbekwaamheid.


15.1. De concurrentie 


Artikel 103 

Concurrentiepraktijken mogen niet strijdig zijn met de wetgeving inzake de patiëntenrechten, de geneesmiddelen, de andere producten en diensten aangeboden in de apotheek, de bescherming van de consument en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, noch met de essentiële regels van het beroep.


Artikel 104 

Concurrentiepraktijken mogen de volksgezondheid niet schaden, noch de vrije keuze van de patiënt belemmeren. Zij mogen de kwaliteit van de zorgverstrekking niet in gevaar brengen noch aanzetten tot overconsumptie.


Artikel 105 

Concurrentiepraktijken mogen de eer, de waardigheid, de bescheidenheid en de eerlijkheid van de apotheker niet in het gedrang brengen. Ze mogen de confraterniteit niet aantasten.


15.2. De restorno 


Artikel 106 

Het geven van restorno’s, in wezen een commercieel middel, is een concurrentiepraktijk die enkel aanvaardbaar is voor zover het met de nodige omzichtigheid en discretie wordt toegepast opdat de essentiële regels van het beroep gerespecteerd kunnen worden.

De toekenning van een restorno mag niet verbonden worden aan een latere aankoopverplichting.


Artikel 107

Het geven van restorno’s mag niet met gelijktijdige handelingen gepaard gaan die de volksgezondheid, het welzijn van de patiënt, de waardigheid, de bescheidenheid, de eerlijkheid of de confraterniteitsplicht van de apotheker in het gedrang kunnen brengen.


Artikel 108 

Restorno mag niet aanzetten tot overconsumptie van geneesmiddelen en mag ook de vrije keuze van een apotheek niet in de weg staan. Hij mag geen invloed hebben op de rol van de apotheker als gezondheidsraadgever.


Artikel 109 

De modaliteiten van de restorno mogen de uitoefening van de Artsenijbereidkunde niet reduceren tot een loutere handelsactiviteit.

Daarom is elke vorm van reclame voor restorno’s verboden.


Artikel 110 

De restorno mag de kwaliteit van de aangeboden diensten of producten niet in het gedrang brengen.


Artikel 111

De restorno moet, wat ook de modaliteiten mogen zijn, enkel de patiënt zelf rechtstreeks en integraal ten goede komen.


15.3. De getrouwheidskaarten 


Artikel 112 

Het gebruik van getrouwheidskaarten is onderworpen aan de beperkingen opgelegd door de essentiële regels van het beroep.


Artikel 113 

Het gebruik van getrouwheidskaarten is een commerciële en concurrentiepraktijk waarvan de apotheker geen misbruik mag maken.


Artikel 114 

Alle beschikkingen vermeld onder titel 15.2 ("De restorno") zijn van toepassing op getrouwheidskaarten.


Artikel 115 

Getrouwheidskaarten zijn ondermeer onderworpen aan de volgende beperkingen:

1° Zij mogen de vrije keuze van de apotheek niet in het gedrang brengen.

2° Zij zijn alleen bestemd voor gebruik in de apotheek.

3° Zij mogen geen gegevens bevatten die betrekking hebben op de persoonlijke levenssfeer of op het beroepsgeheim, en zij mogen er geen toegang toe verlenen.

4° Zij mogen niet het voorwerp uitmaken van enige vorm van reclame.

5° Zij mogen het algemeen belang van de volksgezondheid niet schaden.


terug naar deontologie



Orde der apothekers - Henri Jasparlaan 94 -1060 BRUSSEL - T: 02/537.42.67 - F: 02/537.45.72